|
Op
de vlucht.
Omdat ik niet weet
of er nog mensen getuigen kunnen zijn van dit verhaal, wil ik niet met
de deur in huis vallen.
In de jaren achtenvijftig en negenenvijftig voer ik als 2e monteur op
de SCH 199 Staalduin
van de gebroeders v. Leeuwen.
De 1e monteur was Gerrit Keus, met alle respect en herkenbaar voor oudere
scheveningers
kreupele Gerrit.
De schipper was Piet Taal .
In bovengenoemde twee jaar is er niets bijzonders gebeurd ik heb Piet
Taal leren kennen en dat was voor het volgende jaar van belang.
Ik moest twee jaar te laat in militaire dienst en in die dienst tijd,
het was op een maandag, ik moest voor een middagdienst opkomen op de
vliegbasis Ypenburg, maar zoals vaker gebeurde had ik de behoefte om
even aan de haven te gaan kijken.
Daar aangekomen lag de Staalduin afgemeerd en de schipper stond op de
kant ik wenste hem welkom en hij vroeg mij, zonder dat ik hem kon vragen
hoe het ging, of ik die zelfde dag mee wilde, want hij had geen monteur,
even heb ik hem aangekeken en hem gevraagd of hij wat aan zijn ogen
mankeerde ik was al in mijn uniform gekleed dus het leed geen twijfel
wie mijn huidige baas was.
Piet was echter niet van zijn stuk te brengen en vroeg nog een keer
of ik mee wilde, dat wilde ik wel en hij vroeg me mee te gaan naar het
kantoor,daar aangekomen deed Piet zijn verhaal en vroeg men mij of ik
mee wilde toen ik dat beaamde werd er een taxi gebeld en zijn we met
zijn drieën naar Den Haag gegaan Riet van Leeuwen dochter van de
baas Piet de schipper en ik.
Op het ministerie van defensie werden we ontvangen door een luitenant-kolonel
hij vroeg ook of ik mee wilde, weer beaamde ik dat het zo was, en hij
schreef een brief waarop stond dat ik vier weken buitengewoon verlof
had gekregen buiten rijkskas.
Ik weet nog dat we om zes uur aan boord moesten zijn en dat ik mijn
vrouw het een en ander uit moest leggen, dat is echter allemaal goed
gekomen.
Wat betreft die
rijkskas daar is niets terecht gekomen, ik ben voor dat ik in dienst
ben gegaan getrouwd, dus kreeg een salaris van honderd vijftig gulden
per week, tijdens die reis hebben ze doorbetaald, ik heb het maar zo
gelaten, je moet deze mensen niet tegen de schenen schoppen.
Na deze inleiding
wil ik ter zake komen dit verhaal is natuurlijk ergens om begonnen.
Van de reis was inmiddels veertien dagen verstreken , het was op een
zondag morgen om een uur of vier we lagen te drijven, ( op zondag werd
er niet gevist,) het was prachtig weer toen ik werd geroepen door Leen
Taal( ik weet niet of de man nog in leven is)of ik de motor wilde aanmaken,die
term werd vaker gebruikt ik was verbaasd, maar er kan natuurlijk altijd
wat in de weg komen,
Toen ik mij van de kombuis naar de motorkamer begaf zag ik naast de
roeiboot een rubberboot liggen met ernaast drie personen, je staat dan
wel even vreemd te kijken, maar er moest gestart worden en dan horen
we wel verder.
Na overleg op de brug met een aantal mensen werd besloten om de dag
af te wachten, Achteraf is dat misschien goed geweest, je in het donker
verplaatsen roept vraagtekens op. De scheeps bewegingen werden denk
ik nauwlettend in de gaten gehouden.
Inmiddels was er overleg geweest met de drie vreemdelingen en zij gaven
ons te kennen dat zij in staat waren om en eind aan hun leven te maken,
als wij van plan zouden zijn om hun naar het schip van herkomst te brengen.
Het waren Oost duitsers toen bestond de muur nog.
Het behoeft geen uitleg wat er was gebeurd als zij waren teruggebracht.
Rond om ons zagen wij dat er veel beweging was met schijnwerpers, inmiddels
waren de drie personen als vermist opgegeven en Willem Rog van het hospitaal
kerkschip de hoop vroeg alle schepen om uit te kijken naar de vermiste
(gevluchte) personen.
Niemand heeft gereageerd op deze oproep ook Piet niet.
Intussen was het
licht geworden en zagen we dat er boven ons west duitsers lagen te halen
we zijn daar heen gegaan en op praai afstand hebben de drie vreemdelingen
een duitse schipper gevraagd om hun aan boord te nemen om op deze manier
asiel aan te vragen.
De duitse schipper wenkte dat ze maar moesten komen
De rubberboot werd te water gelaten, ze stapten er in en roeiden naar
een plek waar ze veilig
zouden zijn in hun doen en laten.
Ik hoop dat het met deze mensen in hun verdere leven goed is gegaan,
het is niet controleerbaar.
Leen Rog
|