Scheveningse
Engelandvaarders

Reünie van de zeven Scheveningse Engelandvaarders, die op 16
maart 1941 met de Katwijkse garnalenvlet Anna naar Engeland
overstaken om zich aan te sluiten bij de geallieerden strijdkrachten
die tegen Nazi-Duitsland vochten. Van links naar rechts: Leen
Bruin (overleden 13 oktober 2005), Jacob Vrolijk (overleden
13 juni 1997), Henk Westerduin (overleden 4 mei 2006), Krijn
Kleijn, Hugo van Roon, Rinus den Heijer en Jacob de Reus. (overleden
5 mei 2004)
Scheveningen, 9 mei 1990
DE VLUCHT
Op 16 maart 1941 stalen zeven Scheveningse vissersjongens de
Katwijkse motorvlet Anna met de bedoeling om naar Engeland over
te steken en zich aan te sluiten bij de geallieerde strijdkrachten
die tegen Nazi-Duitsland vochten.
Zondagavond 16 maart 1941 verzamelden Leen Bruin (18), Jacob
de Reus (19) Rinus den Heijer (18), Krijn Kleijn (17), Hugo
van Roon (19), Jacob Vrolijk (19) en Henk Westerduin (17) zich
in het café Leen de Mos in de Keizerstraat. Vandaar ging
men naar de Tweede Haven alwaar de motorvlet KW 96 lag aangemeerd.
Rond de klok van tien uur werd de Anna losgegooid om al peddelend
met plankjes buitengaats te komen.
De mast van de motorvlet, die een stukje boven de kade bij 'De
Pijp' uitstak, werd door de Duitse schildwachten, die aan weerskanten
patrouilleerden, niet opgemerkt. Mist en verduistering, voor
Engelse luchtaanvallen, was het beetje geluk dat de avontuurlijke
Scheveningers die avond wel konden gebruiken.
Echter in de buitenhaven aangekomen dreigde het geluk hen in
de steek te laten toen Krijn de motor startte en de Anna op
de rotsen van het Zuidenhavenhoofd liep. De motor werd snel
in zijn achteruit gezet waarna de vlet achterstevoren open zee
koos. De klok van de Oude Kerk in de Keizerstraat sloeg toen
twaalf uur.
Toen de Duitsers de volgende dag de ontsnapping ontdekten was
men zo furieus dat de vader van Leen Bruin, die schipper was
op de reddingsboot, werd opgepakt met het bevel de zeven vluchters
terug te halen.
ENGELAND IN ZICHT
In de namiddag van 17 maart werd de motorvlet onder de Engelse
kust opgepikt door het Engels marineschip Hr. Ms. Pytchley.
De motorvlet heeft men naar een Engelse haven gesleept. Zes
Scheveningers werden voor verhoor door Scotland Yard naar Schotland
gebracht.
Henk Westerduin, die ziek was, werd gelijk opgenomen in een
ziekenhuis in Rosyth.
Tijdens de tocht naar Schotland werd de Pytchley, die in konvooi
voer, aangevallen door een Duitse onderzeeër die door dieptebommen
tot zinken werd gebracht.
HET BEZOEK AAN KONINGIN WILHELMINA
Na te zijn verhoord werden de Scheveningse Engelandvaarders
naar Londen gebracht waar ze een bezoek brachten aan Koningin
Wilhelmina. Ze werden door twee auto's opgehaald.
Aanvankelijk herkende Hugo van Roon de man die naast de chauffeur
zat niet. Het bleek Prins Bernhard te zijn. In de andere auto
werden de Scheveningers begeleid door minister Gerbrandy. Het
eerste wat Wilhelmina aan de Scheveningse vissersjongens vroeg:
'Hoe gaat het met het Nederlandse volk'. Henk Westerduin vertelde
de Koningin dat hij haar vaak op het strand zag paardrijden
en dat hij een keer bang was geweest dat het paard hem zou bijten.
Wilhelmina antwoordde Henk: "Mijn paarden zijn erg lief
en bijten niet". Nadat de Koningin met haar hofdame de
kamer had verlaten liet Krijn Kleijn zich de kans niet onbenut
om een flink graai te nemen in de zilveren sigarettendoos die
op tafel stond. Vervolgens kreeg Krijn het bij Prins Bernhard
voor elkaar dat ze de man een bedrag van tien Engelse ponden
kreeg. Die avond hebben ze zowel kennisgemaakt met de Engelse
pubs (cafés) als met de hevige bombardementen op Londen.
Kort daarna werden ze allen ingescheept bij de Koninklijke Marine.
DE ACTIES
Hugo van Roon zijn eerste actie was onder de Nederlandse kust
waar een logger, die voor de Duitsers spioneerde, onschadelijk
moest worden gemaakt. Na deze missie werd Hugo kanonlader op
de Nederlandse kruiser Hr.Ms. Jacob van Heemskerck en maakte
hij in februari 1942 de eindfase van de slag in de Javazee mee.
De Nederlandse kruisers De Ruyter en Java gingen toen ten onder.
Japanse gevechtsvliegtuigen hebben het de Van Heemskerck toen
nog behoorlijk moeilijk gemaakt. Op de kanonneerboot Hr. Ms.
Soemba begroef Hugo op 6 augustus 1943 zijn gesneuvelde commandant
overste Sterkenburg op het geallieerde kerkhof in Augusta op
Sicilië. In juni '44 maakte Hugo met de Hr. Ms. Soemba
de invasie van Normandië mee.
Krijn Kleijn heeft bijna de hele oorlogsperiode gediend op
de motortorpedobootjager Hs. Ms. Van Galen waar hij onder andere
de bezetting van Madagskar op 5 mei 1942 meemaakte.
Leen Bruin heeft de oorlog gediend op de O 14 van de onderzeedienst.
VEILIG THUIS
De zeven Engelandvaarders hebben allen de oorlog overleefd.
De meeste hebben na de oorlog hun oude beroep als vissersman
weer opgepakt.
Rinus den Heijer is ná de oorlog met een Engelse getrouwd
en heeft zich in Engeland gevestigd.
De verhalen van Hugo van Roon en Krijn Kleijn zijn op cd gezet
om als historisch document voor het nageslacht bewaart te blijven.
Door omstandigheden kon het verhaal van Leen Bruin jammer genoeg
niet worden voltooid.
Het verhaal van Henk Westerduin en Jacob de Reus is opgetekend
in een werkstuk 'De Engelandvaarders' (2005) van Rosa de Reus.
De dubbel-cd met de verhalen van Hugo en Krijn is een bescheiden
eerbetoon aan de zeven Scheveningers en al die andere veteranen
die zich hebben verzet tegen de poging van Nazi-Duitsland om
de wereld aan zich te onderwerpen.
* * *
Copyright Karel Kulk
Scheveningen 2005
|
Het eerste exemplaar van deze dubbel-cd
werd op 23 april 2004 tijdens een feestelijke bijeenkomst
in Het Uiterjoon, door burgemeester Deetman overhandigd
aan de weduwe van Engelandvaarder Jacob Vrolijk. Zowel
de cd als de dvd-presentatie van die dag zijn aanwezig
in de bibliotheek van Scheveningen.
|