| Maar
wie en wat was Maas nu eigenlijk?
Iedereen die
ook maar een beetje bekend is met Scheveningen zal ongetwijfeld ook
bekend zijn met het bestaan van 'Zeerust', het monumentale gebouw dat
staat op de hoek van de Kalhuisplaats en de Zeeruststraat. Niet iedereen
zal echter weten dat A.E. Maas daarvan destijds de eigenaar was en dat
het gebouw indertijd een hotel was én een badhuis.
Adrien Eugene Maas werd op 6 januari 1816 te Rotterdam geboren. Hij
was het derde kind uit het gezin van de voormalige marine-officier Adrianus
Laurens Maas en Marie Dorothée Jacobine Grand, een dochter van
een van oorsprong Franse koopman. Maas' vader verliet al voor de geboorte
van zijn zoon Adrien Eugene de marine en koos voor het koopmanschap.
In het jaar waarin de zoon Adrien Eugene werd geboren, vertrok diens
vader voor onbepaalde tijd naar Amerika. Hij keerde na drie jaar weliswaar
terug maar is nooit in zijn eigen land aangekomen. Alhoewel er dus van
een officieel bekend overlijden geen sprake was, ging Maas' moeder voortaan
door het leven als de weduwe Dorothée Maas-Grand.
Naar
Scheveningen
In 1827 solliciteerde de weduwe van de vermoedelijk verdronken koopman
Maas naar de functie van 'kastelein' bij een badhuis te Scheveningen.
Dit badhuis zou de opvolger worden van dat van Jacob Pronk. De weduwe
Maas-Grand kreeg de baan en werd in 1828 directrice van het Stedelijk
Badhuis, de voorganger van het latere Kurhaus. Haar zoon Adrien Eugene
woonde met zijn moeder in dit Stedelijk Badhuis en hij assisteerde haar
daarbij bovendien. Hij trouwde in 1840 met de dochter van een Scheveningse
onderwijzer en zij zouden samen een groot gezin stichten. Maas leerde
van en via zijn moeder het vak en kocht in 1844 het 'Heerenlogement'
op de hoek van de Kerkwerf, dat in feite ook het begin vormde van de
Keizerstraat.
Dit logement fungeerde
reeds als badhuis en Maas kon dan ook zijn in het Stedelijk Badhuis
opgedane kennis hier verder in praktijk brengen, maar dit dan wel als
eigen baas. Het zojuist aangekochte badhuis kreeg de naam 'Zeerust'
en het zou een ernstige concurrent worden van het andere badhuis waar
zijn moeder een aantal jaren de leiding voerde. Het ligt voor de hand
dat de badhuishouder Maas met zijn neus op de feiten werd gedrukt áls
en wáár het ging om de visserij van Scheveningen. Zijn
badhuis annex hotel grensde aan het Kalhuis dat óók zijn
plekje had op de Kerkwerf. En, op die werf en op het strand ervóór
klopte het hart van vissend en visverkopend Scheveningen. In 1854 volgde
een nieuwe stap: Maas werd reder.
Perspectieven
Zijn eerste aankoop betrof twee bomschuiten; weldra volgden er nog twee.
Het is niet toevallig dat Maas in het zicht van een nieuwe landelijke
visserijwet - die van 1857 - tevens koos voor een belang in de haringvisserij.
Hij had zijn ogen niet in zijn zak en hij moet perspectieven hebben
zien verschijnen die nog geen enkele reder op dat moment voorzag. Al
in 1855 begon Maas te zoeken naar een lichter materiaal voor de vervaardiging
van haringnetten. Hij wees de van hennep vervaardigde netten af en introduceerde
netten die waren gemaakt van katoen. Hij stak over naar Engeland en
maakte kennis met daar machinaal gebreide netten van katoen. Vervolgens
trok hij door naar Schotland waar hij uiteindelijk de netten vond die
hij voor ogen had. Hij overwon de weerstand van de behoudende reders
tegen de nieuw ingebrachte netten en hij kreeg op den duur het gelijk
dik aan zijn kant.
Bomschuit
exit
Zoals in een voorgaande tekst al is aangeven richtte Maas vervolgens
zijn pijlen op de Scheveningse vissersvloot. Deze voldeed in zijn ogen
niet meer aan de eisen van de tijd, met name waar het ging om de schuiten
die optrokken ter haringvisserij met bij zich het staande want of de
vleet. De bomschuiten waren te zwaar en te breed en dus te traag. Hij
ging op pad en keek rond op plaatsen waar tentoonstellingen aan nieuwsgierige
kopers nieuwe scheepstypen toonden. In 1866 was het zover: Maas introduceerde
de logger en zou alom in den lande de redersstand niet alleen verbazen
met deze gedurfde stap maar deze ook op achterstand zetten. Hij schaarde
zich daarnaast ook enthousiast onder de voorstanders van een haven.
De door zovelen als nieuwlichter beschouwde Maas werd uiteindelijk de
vernieuwer en daarmee tevens de grote winnaar!
Meer
weten...?
En wie meer over Maas wil weten: Henk Slechte schreef met als titel
'Adrien Eugene Maas (1817 - 1886) De ziener van Scheveningen' over deze
ondernemer in hart en ziel een boek in het kader van de Historische
Reeks (no. 9) van het toenmalige Museum Scheveningen.
©
Piet Spaans 2009
historisch publicist en auteur
Den Haag Holland
|
|
|
|