|
De naam van het oude dorp wordt ook die van de nieuwe logger Het nieuwe schip
liep in juni 1866 binnen in de haven van Vlaardingen, dit omdat Scheveningen
in die jaren nog niet over een haven beschikte. De logger kreeg het
registratienummer SN 1 mee en de naam 'Scheveningen' en hij bracht Maas
succes. Dit was voor hem reden, nog in hetzelfde jaar twee nieuwe loggers
te bestellen. Deze werden echter niet een opdracht voor een werf in
Frankrijk, maar voor een scheepsbouwer in de haringstad bij uitstek
Vlaardingen. Wanneer men, naast haring, in de winter met de beug (dus met gehaakte lijnen) op kabeljauw of schelvis wilde vissen, kon men de vangst in een dergelijke bun in leven houden. Zo'n bun valt het best te omschrijven als een soort voorraadkast die is opgebouwd op de bodem in het midden van een vissersschip. Hij is aan de bovenzijde waterdicht afgesloten maar via gaten in de scheepsbodem ter plaatse van de bun kan het zeewater vrij daarin instromen. Na enkele jaren werd echter het inbouwen van een bun in de nieuwe loggers voortaan achterwege gelaten. Men liet deze (winter)beugvisserij voortaan over aan de Vlaardingers met hun specifiek daarvoor gebouwde vissersschepen. De
loggerbom als verliezer Die loggerbom was een laatste poging van Scheveningse bommenbouwers geweest om het voor hen ongunstige tij te kunnen keren. Na de komst van de loggers was de bouw van bomschuiten namelijk sterk terug gaan lopen. Een Scheveningse werf bouwde daarom een schip dat qua vorm dichter bij de logger zou liggen. Het had een kiel, was aanzienlijk langer dan de oude bom en men achtte de zeilkwaliteiten gelijkwaardig aan die van een logger. Maar het hielp allemaal niet meer; weldra kende Scheveningen evenveel loggers als bomschuiten. En in 1920 waren zowel de bomschuit als de loggerbom bij de rederijen geheel uit de gratie. Ra
wordt gaffel, hout wordt ijzer, zeilen worden motoren Het duurde nog enkele jaren voordat men begon met de toepassing van stoom voor de voortstuwing van de logger. Nadat men aan het eind van de jaren zeventig van de 19de eeuw - en dit als experiment van een Vlaardingse reder - elders twee ijzeren stoomloggers had laten bouwen ging in 1897 vanuit Vlaardingen de eerste echte stoomlogger de zee op. In 1914 telde ons land naast zo'n 600 zeilloggers al meer dan 40 stoomloggers. De ontwikkeling zette door; in 1901 had Vlaardingen als eerste haringstad de primeur van de eerste motorlogger, zij het met nog een gering aantal aan paardenkrachten. Maar toch, het was opnieuw een doorbraak en weer een stap vooruit. De ontwikkelingen werden even afgeremd door de komst van de Eerste Wereldoorlog. Toen deze echter voorbij was won de motorlogger zeer snel terrein. Na 1930 had de zeillogger voor de haringvisserij voorgoed afgedaan. Tot kort vóór 1970 deden de motorloggers, verlengd en met veel krachtiger motoren, voor de vangst van haring nog steeds dienst. Maar daarna voeren ook zij weg uit het beeld. Wat daarvan de oorzaken zijn geweest? Ja, dat is weer een heel ander verhaal! Geraadpleegde bronnen * Wat is Scheveningen
en wat zou Scheveningen kunnen zijn? (1851), auteur onbekend . Wordt vervolgd
|